De basis: judo
Vanaf jonge leeftijd wist ik eigenlijk al: teamsport is niet mijn ding.
Als zesjarige hebben mijn ouders van alles geprobeerd om me “aan” te krijgen. Van voetbal tot korfbal. Dat werd ’m niet.
Tot ze me bij de lokale judoschool afzetten. Dat klikte vrijwel direct. Het 1-op-1-contact lag me. Geen team waar ik in moest passen, geen positie die ik moest vervullen. Gewoon ik en mijn trainingspartner.
Jarenlang trainde ik met veel plezier en toewijding. Het lukte me zelfs om twee keer tweede te worden op de lokale jeugdkampioenschappen. Maar na een jaar of zes begon er iets te knagen. De herhaling. De eindeloze verfijning van dezelfde technieken. Mijn discipline als tiener bleek minder groot dan mijn enthousiasme. Dus ik stopte.
Achteraf zie ik hoeveel judo me heeft gegeven: respect, lichaamsbewustzijn, controle. Maar op dat moment voelde het vooral als: ik ben er klaar mee.
Mijn eerste indruk van kickboksen
Een goede vriend van mij zat op kickboksen. Op een dag vroeg hij me mee naar zijn sportschool: Masy Gym. Dat was voor mij een andere wereld. Waar ik bij judo les kreeg vanuit de traditionele Japanse budo-structuur — discipline, beheersing, rust — was dit rauwer. Directer. Harder.
Er trainden jongens uit arbeiderswijken, veel jongens met een migratieachtergrond. Ondanks dat ik zelf half Indonesisch ben, voelde ik me daar niet meteen thuis. Misschien was het jongetje in mij gewoon een beetje bang (wie zal het zeggen).
En dat is ook de realiteit. We praten er als mannen niet altijd over, maar een nieuwe omgeving binnenstappen waar de energie anders is dan je gewend bent, vraagt iets van je.
Van Judo naar Krav Maga
Via via hoorde ik dat mijn oude judoschool iets nieuws ging aanbieden: Krav Maga. Een Israëlisch zelfverdedigingssysteem. In die tijd was het in Nederland nog relatief onbekend. Toen ik hoorde dat zij het als een van de weinige sportscholen aanboden, was ik meteen nieuwsgierig.
Na een proefles was ik verkocht. Hand-to-hand combat. Verdediging tegen messen. Scenario’s met vuurwapens. Eerlijk? Dat sprak tot de verbeelding. Een soort jongensdroom, maar dan in een volwassen jasje.
Wat mij vooral raakte, was de filosofie erachter. In Israël geldt dienstplicht voor mannen én vrouwen. Vanuit die realiteit ontwikkelde het Israëlische leger — de Israel Defense Forces — een systeem dat niet draait om mooie technieken voor in de sportschool, maar om wat werkt onder stress. Onder druk. In chaos.
Veel technieken uit andere vechtsporten zien er indrukwekkend uit op de mat. Maar werken ze ook als je hartslag op 180 zit en iemand je echt kwaad wil doen?
Krav Maga is in de basis pragmatisch. Het leent uit verschillende vechtsporten, maar filtert alles op één criterium: werkt het in de realiteit? En kan het ook worden toegepast door iemand die fysiek kleiner of minder sterk is?
Dat vond ik sterk. Niet omdat ik dacht dat ik de straat op moest om te vechten. Maar omdat het me iets anders gaf: weerbaarheid. Het idee dat je niet machteloos bent als het erop aankomt.
De keerzijde van realistisch trainen
Het enige nadeel van Krav Maga — in ieder geval voor mij — waren de blessures. Zodra je de basistechnieken onder controle hebt, wil je door. Richting de gevorderde scenario’s. En daar hoort realisme bij.
Dus trainden we met meerdere tegenstanders. Met échte intentie. Handschoenen. Trainingsmessen. En ook stokken (slagwapens).
En als je dan in beweging bent terwijl iemand op je inbeukt, gaat je fijne motoriek er als eerste aan. Dat betekende voor mij — en velen anderen — regelmatig gekneusde vingers, beurse onderarmen en blauwe plekken op plekken waarvan ik niet eens wist dat ze konden verkleuren.
Maar desondanks voelde het goed om te beoefenen. Dat heb ik zo’n vijf jaar gedaan.
Wat het trainen me echt gaf
Het ging uiteindelijk niet om het vechten of verdedigen zelf. Het ging om wat het met me deed. Ik leerde technieken die — hopelijk nooit — maar potentieel levensreddend kunnen zijn. Dat idee alleen al gaf vertrouwen.
Niet het macho-achtige “ik kan iedereen aan”, maar het besef: ik sta niet machteloos.
En misschien nog belangrijker: het vormde mijn karakter. De leuzen van mijn trainer hoor ik nog steeds in mijn hoofd:
“Als je kan ademen, kan je je verdedigen.”
“If you strike, strike first.”
“If you get stabbed, only get stabbed once.”Erwin Mulder – Trainer Krav Maga
Terug naar de mat – dit keer in Zeist
Een aantal jaren later stapte ik binnen bij Slimani Gym in Zeist. Tevens mijn huidige woonplaats. De sfeer was goed. De trainers hadden natuurlijke autoriteit.
Tegelijkertijd voelde ik die bekende spanning weer. Er zijn veel jonge wedstrijdvechters, maar ook een aantal oudgedienden. Ik voelde me niet direct op mijn plek, maar ergens voelde ik ook: hier heb ik iets te leren.
De fysieke confrontatie
De trainingen bij Slimani waren (en zijn nog steeds) conditioneel pittig:
15 minuten warming-up
15 minuten combinaties
Daarna 30 minuten sparren (ja, dit lees je goed)
Dertig minuten rondes van twee à drie minuten. Aaneengesloten.
Het kostte me in het begin alleen al een aantal maanden om conditioneel überhaupt het einde van een les te halen.
En juist daar gebeurde iets interessants. Onder vermoeidheid kwamen mijn patronen naar boven. Ik hield rekening met de ander. Ik incasseerde meer dan ik uitdeelde. Als iemand echt druk zette, deed ik een stap terug.
In de 1-op-1-wisselwerking kun je dat soort patronen niet verbloemen. Je gedrag wordt genadeloos zichtbaar.
Want iedere keer dat ik moe werd, zag ik ze terug. De neiging om uit te stellen. Om een stap terug te doen. Om nét niet vol te committen.
Kickboksen legde alles bloot. Het gedrag dat ik liet zien tijdens de confrontatie en onder druk legde haarfijn mijn innerlijke patronen bloot — patronen waar ik ook in mijn privé- en werkleven tegenaan liep.
Het was tijd om versterking in te roepen
Na verloop van tijd merkte ik dat ik de rondes wel overleefde, maar niet echt groeide. Ik bleef hangen in hetzelfde patroon. Ik hield voortdurend rekening met de ander en incasseerde meer dan ik uitdeelde.
Alleen kon ik nu technisch beter blokken (nog steeds beter dan geraakt worden). Maar zodra iemand echt druk zette, wist ik daar niet goed mee om te gaan.
Dus besloot ik te investeren in 1-op-1-training.
In de groepsles was ik vaak bezig met overleven. Mijn systeem stond onder hoogspanning en het laatste kwartier volbracht ik op puur karakter en adrenaline.
In de individuele sessies was er ruimte om stil te staan bij wat er gebeurde. Daar werd het helderder: mijn pleasegedrag. Mijn conflictvermijding. Inhouden om harmonie te bewaren. Ja hoor, daar waren ze allemaal.
Er waren momenten waarop ik onder druk letterlijk blokkeerde. Momenten waarop emotie loskwam. Momenten waarop ik op mijn knieën in de ring zat en moest schreeuwen om fysieke blokkades te doorbreken.
En stap voor stap, ronde voor ronde, brak ik met mijn oude patronen.
De echte lessen zit achter de vorm
Kickboksen is voor mij niet het doel. Het is slechts de vorm waarmee ik mezelf een spiegel kan voorhouden. Uiteraard biedt het ook andere voordelen: weerbaarheid, zelfvertrouwen, het vermogen om mezelf en mijn dierbaren te verdedigen als het erop aankomt.
Wat laat jij zien onder druk?
Hoe ga jij om met 1-op-1-mannelijke confrontatie?
Zet je een stap terug? Verstijf je? Of ga je als een gek ongecontroleerd tekeer?
Incasseer je vooral — in je werk, in je relatie, in je vriendschappen?
Ben je bang om geraakt te worden?
Of ben je misschien nog banger om zelf te raken?
Voor mij snijdt dit diep. Omdat het uiteindelijk gaat over man-zijn. Over het zwaard durven hanteren. Over schuld durven maken. Over de capaciteit hebben om schade te kunnen aanrichten — en er vervolgens bewust voor kiezen dat niet te doen.
Als je alleen maar kunt kiezen voor harmonie, voor terugtrekken, voor jezelf klein maken… dan is dat geen deugd. Dan is dat onvermogen. Weerloosheid is geen kracht en onvermogen is geen moraliteit.
Werkelijk man-zijn betekent voor mij dat je het zwaard kúnt hanteren. Dat je schade zou kunnen aanrichten. En dat je dan — bewust — kiest om het niet te doen.
Dán heeft terughoudendheid waarde.
Dán is vrede een keuze in plaats van een vlucht.
Voor mij was het tijd om deze confrontatie op te zoeken. Inmiddels heb ik mijn 1-op-1-sessies weer met een half jaar verlengd. Wat mij betreft een goede investering, want wat ik in de ring laat zien, weerspiegelt mijn innerlijke patronen — patronen die ook tot uiting komen in mijn privé- en werkleven.
Het ware gevecht vindt niet plaats in de buitenwereld, maar in de binnenwereld.
Hoe zit dat bij jou?