Donkere nacht hemel Donkere nacht hemel

De donkere nacht van mijn ziel

Een ruwe deling van mijn schaduwwerk. Daar gaan we…

Een rauwe deling

Zo ergens in december, kort na een systemische interventie die ik had ingebracht binnen de School voor Systemisch Bewustzijn, had ik een moment dat ik niet anders kan omschrijven dan: what the fuck.

Sinds december vorig jaar — als een soort markeringspunt in mijn ontwikkelingsreis — is voor mij wat men in eeuwenoude literatuur noemt The Dark Night of the Soul aangebroken. In het Nederlands: de donkere nacht van de ziel.

Of, zoals Hilbrand Westra, systemisch opleider bij de School voor Systemisch Bewustzijn, het noemt:
een onvolkomen transformatieproces.

Toen dit proces zich rond januari echt begon te ontvouwen, deelde ik dat binnen de Parcival’s Men mannengroep. Hilbrand, die naast systemisch opleider ook oprichter is van het Parcival’s Men programma, stelde voor om er samen over in gesprek te gaan in de podcast.

En hoewel dat eerlijk gezegd best wat interne weerstand opriep…
zo gezegd, zo gedaan.

De opstelling

Tijdens de inbreng van mijn vraag, die iets te maken had met grenzen aangeven kwam al snel naar voren dat ik nog met één been onder de rok van mijn moeder stond. Terwijl mijn andere been eigenlijk al afscheid wilde nemen van dat patroon.

Met dat patroon bedoel ik een diep verlangen om onschuldig te blijven.

Om anderen niet te raken.
Niet te confronteren.
Om, onder druk, eigenlijk een jongen te blijven.

Een jongen die liever de lieve vrede bewaart dan zijn waarheid spreekt.
Een jongen die zijn grenzen niet aangeeft en zichzelf niet echt laat zien.

Wat ik bijzonder vond om te merken, was dat ik me hier tegelijkertijd bewust van was.
Ik voelde dat ik met één been nog in die onschuld stond, terwijl een ander deel van mij, vanuit mijn volwassen man-zijn al wist:

Het is tijd.

Tijd om afscheid te nemen van dit patroon.
Tijd om mijn masculiene deel volledig te integreren.
En alles wat daarbij hoort te omarmen.

Confrontatie

Als antwoord op mijn vraag ontvouwde zich, met Hilbrand Westra als regisseur, een opstelling waarin ik feitelijk psychologisch werd blootgesteld aan wat voor mij op dat moment voelde als een portie mentaal en emotioneel geweld van vrouwen.

Wat er gebeurde, was dat zes tot acht vrouwelijke representanten hun schaduwzijde botvierden op mij. En ik, als man, had dat te verduren — met de expliciete instructie dat ik niet tot fysiek geweld mocht overgaan.

Dus: geef je grens maar aan. Maar zonder je vuisten te gebruiken. In alle eerlijkheid: meerdere keren zat ik op het punt om dat wel te doen.

Onder de druk van het grensoverschrijdende gedrag van deze representanten knapte er iets in mij.

Wat achteraf brak, was mijn innerlijke identificatie met onschuld in het vrouwelijke.

Het verlies van onschuld

Jarenlang heb ik mij als man feminien gedrag aangemeten. Ofwel het vrouwelijke deel in mij als man.

Initieel als overlevingsstrategie.

Ik groeide op zonder vader die mij als zoon een helder contrast kon bieden van wat een masculien rolmodel is. Daarnaast draag ik als Indo ook een feminiene systemische imprint die ik heb geërfd.

In de Indische mannenlijn hebben oorlogstrauma en gedwongen migratie diepe sporen achtergelaten.

Zwijgen.
Aanpassen.
De lieve vrede bewaren.

Dat is praktisch het familiemantra.

Zelfs als dat betekent dat je je eigen grenzen voorbijgaat.
Confrontaties vermijd je.
Die ga je niet aan.

En zwijgen doe je liever dan je waarheid spreken als man.

Want oh wee als we anderen raken.
Of emoties losmaken.

Depressie of transformatie?

Als ik niet beter zou weten, had ik de eerste dagen van dit proces makkelijk kunnen verwarren met een depressie.

Ik voelde van alles bewegen in mij.

En ergens diep in mijn hoofd, in mijn psyche, voelde ik dat er iets op het punt stond te vallen. Of te verschuiven.

Op een vreemde manier gaf ik mij daar vrij snel aan over.

Met andere woorden: ik probeerde te ontspannen in het ongemak van de interne onrust. Of zeg maar gerust: de storm.

Waarom?

Geen idee.

Misschien omdat ik zelf in deze interventie was gestapt. Omdat ik ergens al voelde dat het tijd was om uit die onschuld te stappen.

Of misschien heeft jarenlange beoefening van TM-meditatie, lichaamswerk en vechtsport toch zijn vruchten afgeworpen.

Er was ergens een bewustzijn dat zei:

Het is oké.
Ik kan dit aan.

Of misschien zelfs:

Ik ben er klaar voor.

Don’t fight it.
Embrace it.

Voor meer details adviseer ik je om de podcastaflevering met Hilbrand te kijken of te luisteren. Daar vertel ik uitgebreid over wat er gebeurde toen ik mij echt begon over te geven aan dit proces.

Licht en donker

We zijn inmiddels een paar maanden verder. En nog steeds wisselen licht en donker elkaar af. En ik bedoel dat bijna letterlijk. Het lijkt ritmisch. Alsof er telkens een paar weken tussen zitten. Periodes waarin ik me vol levensenergie voel, met flow en helderheid.

En dan, zonder aankondiging, slaat het ineens om.

Naar duisternis.

De onderwereld

Vandaag na het werk kwam ik thuis en groette mijn vriendin Aisha.

Bij binnenkomst zei ik meteen: “Ik voel me vreemd.” Alsof er iets onheilspellends naderde. Een onheimisch gevoel.

Hoewel dit de eerste keer is dat ik erover schrijf, is het zeker niet de eerste keer dat dit gebeurt. Het is inmiddels al meerdere keren voorgekomen.

Eerder voelde ik ook de behoefte om erover te schrijven of het te delen. Maar er kwam simpelweg niets uit mijn vingers.

Terwijl ik met Aisha aan tafel zat, voelde ik de zwaarte toenemen. En hoewel ik inmiddels weet dat verzet geen zin heeft, was er toch een gedachte in mijn hoofd:

Fuck. Nee. Niet weer.

Dat is vooral mijn brein dat spreekt.

Mijn logische kant die zegt:

“Ik heb morgen gewoon werk. Moet dit echt nú?”

En hoewel mijn brein daar volledig gelijk in heeft, weet ik inmiddels ook dat innerlijke transformatie zich weinig aantrekt van mijn zakelijke agenda.

De val

Dus ik bleef zitten.

Ik ontspande in het gevoel.

Het was zwaarte.

Gitzwarte zwaarte.

Een duisternis die ook voelbaar was voor mijn partner. Aisha gaf aan dat ze een diepe somberheid en bedroefdheid kon voelen.

Terwijl ik dit schrijf, het is 22:39 op 16 maart, is het weer zover.

Zonder aankondiging valt de bodem onder mijn voeten weg.

Het voelt alsof ik val.

Richting de duisternis. Richting de onderwereld.

Een gitzwarte hel waar levensvreugde niet bestaat.
Waar liefde, lust en energie geen rol spelen.

Waar wreedheid en duisternis de enige realiteit lijken.

Alsof ik in een bodemloze put ben gevallen.

En waar ik ook kijk: de wereld brandt.

Er is geen ontsnappen.

Vluchten voelt als met mijn nagels proberen houvast te vinden aan de wanden van een eindeloze zwarte put.

Overgave

Het enige wat ik kan doen, is me overgeven. Dit proces verduren. Blijven staan terwijl ik val. Blijven leven, terwijl de dood soms net zo nabij voelt als het leven zelf.

Binnen Parcival’s Men spreken we vaak over versterking vragen als man. Durven uitkomen voor waar je bent.

In het begin lukte dat nog. Toen kon ik nog reiken naar anderen en delen dat ik ergens was beland, zonder precies te weten waar.

Maar nu lukt dat niet meer.

Ik voel geen beweging om dat te doen.
En eerlijk gezegd ook geen behoefte.

Ergens voelt het zinloos om vanuit de onderwereld een roep te doen naar de bovenwereld.

Om vervolgens een handvol goedbedoelde berichten via WhatsApp terug te krijgen, met de bijbehorende emoticons.

Alsof ik vanuit een donkere vallei roep naar mensen die aan de lichte kant van de berg staan.

Niets

Er is niets.

En dat is precies wat het is.

Op het moment dat ik dit schrijf, is er voor mijn gevoel niets.

Geen emotie.
Geen energie.
Geen verlangen.

Alleen duisternis.

Maar te midden van deze innerlijke verduistering kan ik ook iets anders waarnemen.

Bevrijding.

Ik voel het verlies van mijn onschuld. Het jonge kind in mij. Het deel dat geaccepteerd, gezien en gehoord wilde worden. Bij iedere verduistering lijkt dat deel verder naar de achtergrond te verdwijnen.

En tegelijkertijd sta ik oog in oog met iets anders.

Mijn ware zelf.

Een deel dat ik niet anders kan omschrijven dan:

onbevreesd
ongeremd
vrij
messcherp aanwezig
en meedogenloos confronterend.

Delen van mij die ik als jongen onbewust in de schaduw moest parkeren om te overleven.

Nu is het aan mij om ze uit de schaduw te halen. En ze te integreren in mijn volwassen 34-jarige man-zijn.

Dit is wat het is

En dat is waar ik nu ben.

Dit is wat ik te verduren heb.

Dit is de beloning van al het persoonlijke werk waarin ik de afgelopen tien jaar heb geïnvesteerd.

Hoe lang het donker blijft, weet ik niet.

Soms een paar dagen. Soms een paar weken.

Slot

Met nederigheid ben ik geslagen

Door de zwaarte ga ik geknield

De innerlijke verduistering is groter dan mijzelf

Ik geef me over aan het vuur dat mijn onschuld doet sterven

Oog in oog met mijn lang verloren schaduw

Ooit zal ik staan

Ook al bekoop ik het met de dood

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *